TERUGVALLEN IN JE TRAINING OF TEGEN PLATEAUS AANLOPEN……

Het is de nachtmerrie van veel hondeneigenaren.

Maar is dit wel echt zo erg? Het maakt niet uit wat je met je hond aan het trainen bent… een terugval in je training of vastlopen, het gebeurt bij bijna iedereen. Uit ervaring weet ik dat dit eigenaren ontzettend kan demotiveren en zich wanhopig kan laten voelen. Want is nu al dat harde werk voor niets geweest? Ben je weer helemaal terug bij af? Moet je echt weer opnieuw beginnen? En gaat dit ooit wel goedkomen?

Eerlijk… wie heeft zo’n gedachte nog nooit gehad als de training met je hond ergens vastliep?

Allereerst wil ik wat dieper ingaan op wat ik bedoel met een terugval en een plateau.

ALS EERSTE DE TERUGVAL

Jij bent lekker aan het trainen met je hond, het gaat al een hele tijd best lekker en je ziet duidelijk een stijgende lijn. En ineens gaat het voor geen meter meer. Soms is er een aanleiding. Denk aan een uitvallende hond die bestormd wordt door een loslopende ik-vlieg-overal-als-een-idioot-op-af hond. Als jij al een hele tijd aan de slag bent met het uitvallen van jouw hond en er is al behoorlijk wat verbetering, dan kan zo’n klote ervaring als dit zorgen voor een flinke terugval. Waar jouw hond inmiddels met 20 meter afstand niet meer uitviel, valt hij nu weer uit naar iedere hond. Ongeacht de afstand. Het kan ook zo zijn dat er helemaal geen aanleiding is. Ineens is er in de beleving van jouw hond wat veranderd en pats… hij reageert weer veel reactiever dan voorheen.

Dit is een terugval. Je hond zat op een bepaald niveau en keldert zo een eind terug naar beneden.

DAN HEBBEN WE NOG EEN PLATEAU

Dit kan je zien als een punt waar je als het ware op blijft hangen. Het is niet zo dat het per se heel slecht gaat, maar je merkt ook geen echte stappen opwaarts meer. De ene keer gaat het een beetje beter, de andere keer gaat het een beetje lastiger maar je blijft dus ongeveer op hetzelfde niveau steken. Je kan bijvoorbeeld ook merken dat het al een aantal trainingen op rij niet zo lekker meer gaat als een tijdje geleden. Dat is een plateau. Kei irritant en het kan best een gepuzzel zijn om dit te doorbreken.

MAAR WAT HET BELANGRIJSTE VOOR JOU IS OM TE WETEN:HET HOORT ERBIJ!

Wees niet bang dat heel je training naar de filistijnen is en je weer vanaf nul moet beginnen. Dat is niet zo. Als het goed is heb je tijdens jullie roze-wolk trainingsweken een flinke berg aan positieve ervaringen en/of positieve associaties opgebouwd. Dat zit dan echt al best flink verankerd in het systeem van je hond. Als jij nu even een grote stap terugdoet en je doel bijstelt, dan zal je in no time weer op jullie oude niveau zitten. Dus heeft jouw hond het nodig dat je weer minimaal 100 meter afstand houdt van andere honden? Doe dat dan. Betekent het dat je qua tijdsduur van 45 minuten terug moet naar 20 minuten… doe het!

Deze flinke stap terug is nodig om weer vooruit te kunnen én voorbij dat plateau te komen.

Voor nu is het belangrijk dat je hond weer een hele berg hele positieve trainervaringen krijgt. Geen spanning, geen stress, geen onrust, geen ongemak. Hij haalt jullie doel met 2 spreekwoordelijke vingers in zijn neus.

Ik vraag altijd aan cursisten “Waar zou jij zonder twijfel 1.000 euro op inzetten? Welke tijdsduur zou jouw hond SOWIESO halen?” En dan komt het voor dat iemand dus van bijvoorbeeld 25 minuten teruggaat naar 5 minuten. Het verschil met alle maanden hiervoor is echter dat het opbouwen een stuk sneller zal gaan. Je hond heeft als het ware weer even een reminder nodig van “Hey… let op, wat we aan het doen zijn is helemaal oké en veilig. Je kunt ontspannen.” En dan ga je weer bergopwaarts bewegen.

EN WEERSTA DIE VERLEDING OM DOOR TE PUSCHEN HE….

Het is heel verleidelijk om de signalen dat het niet lekker gaat wel te zien, maar toch even te willen aanzien of het geen fase is. Want als je nu gewoon een paar trainingen tóch even door pusht… misschien is het dan ineens weer goed? Als je toch even doorgaat nu, misschien gaat het dan vanzelf over en is er niets verloren?

Doe dit niet… hoe verleidelijk het ook is. Wat je dan gaat doen, is op een wankele fundering verder bouwen. Het behoeft denk ik geen verdere uitleg dat dit gedoemd is om te mislukken. Het kaartenhuis stort vroeg of laat in. Op de lange termijn heb je hier dus helemaal niets aan.

BEWEEG MEE MET WAT JE HOND AANKAN.

Vraag jezelf steeds af; “Wat kan mijn hond NU aan?” En daar maak je voorlopig jullie doel van. Eerst doe je een aantal trainingen met dit easy peasy doel zodat je hond weer wat succeservaringen kan scoren en van daaruit ga je de intensiteit (of het nu om afstand, tijdsduur, associatie of whatever gaat) weer rustig opbouwen.

En nog een kleine tip; is er sprake van een terugval of een plateau? Stel jezelf dan de vraag of je nog precies zo traint als in het begin of dat je misschien iets slordiger bent geworden.  Het is verleidelijk voor hondeneigenaren om in het begin van de training de sterren van de hemel te trainen en na verloop van tijd een beetje te verslappen in de details. Wie weet heb je daar ook weer een puzzelstukje te pakken.

Dus kampt jouw hond met een terugval of loop je vast in je training? No worries. Het hoort er allemaal bij en dit gebeurt nu eenmaal. Het is geen ramp.

BEWEEG ERIN MEE EN VOOR JE HET WEET ZIJN JULLIE WEER OP DE JUISTE WEG!

Bron: Nina van Tilbeurgh- https://www.ninavantilbeurgh.nl/

Illustratie: Judge en Frea

TRAP NOU NIET IN DE VALKUIL OM DIRECT TEVEEL TE VERWACHTEN VAN JOUW HERPLAATSHOND.

Dit is een onderwerp waar ik over kan blijven schrijven, omdat ik zoveel problemen zie ontstaan die echt voorkomen kunnen worden. Ik vind het prachtig wanneer iemand haar hart en huis openstelt voor een herplaatser. Herplaatsers (al dan niet uit het buitenland) hebben een speciaal plekje in mijn hart. Deze honden kunnen niet bij hun huidige eigenaar blijven of hebben zelfs nooit een huis en gezin gekend. Hoe mooi is het dan dat deze honden een tweede kans krijgen op een happy en fijn hondenleven?

MAAR STA ALSJEBLIEFT STIL BIJ DE BELEVINGSWERELD VAN ZO’N DIER.

Een verhuizing is niet niks voor een hond. Voor een buitenlandse hond is het zelfs een complete cultuurshock. Ze hebben geen flauw idee wat er allemaal gebeurt. We kunnen ze immers niet vertellen dat ze bij ons helemaal welkom zijn en een prachtig hondenleven tegemoet gaan. Alles wat bekend was voor een herplaatser, is weg. Vreemd huis, vreemde omgeving, vreemde geluiden, vreemde mensen die samen met hem in dat vreemde huis zijn… Ik geef het je te doen.

EEN HERPLAATSER HEEFT TIJD NODIG OM ZICH THUIS TE GAAN VOELEN BIJ JOU.

Met de beste intenties zie ik de nieuwe eigenaren al zoveel doen en van alles verwachten van hun nieuwe maatje. De eerste dag wordt hij al meegenomen op een wandeling, er wordt volop contact met hem gezocht want de mensen willen hem aaien en knuffelen, er worden in no time allerlei commando’s geoefend, de tweede dag staat er al familie aan de deur om de nieuwe aanwinst te komen bewonderen…

OH JONGENS…DIT KAN ZO OVERSPOELEND ZIJN.

Laat de hond nu eerst eens rustig aarden en wennen. Besteed aandacht aan een mooie vertrouwensband en leer elkaar eerst kennen. Daar hebben jullie allebei tijd voor nodig. Jouw hond moet gaandeweg, zonder druk, leren wie jij bent en dat jij zijn veilige haven bent. Dat is niet in een paar dagen gebeurd! Zelfs niet in een paar weken…

Maar dit is wel de basis. Als die basis niet goed zit (vertrouwen, veilig voelen, de tijd krijgen om op zijn tempo te acclimatiseren), dan kan je toch onmogelijk al van alles met je hond ondernemen en van alles van hem verwachten? Op een wankele fundering kan je niet bouwen. Dat gaat niet werken. Dat gaat problemen opleveren…

Bijna alle casussen in mijn praktijk met herplaatsers gaan om dit stuk. De beginperiode die mis is gegaan.

De eerste weken of zelfs maanden leek de hond zich ontzettend snel aan te passen. Hij vond alles en iedereen leuk en ging dolgraag van alles ondernemen met zijn nieuwe eigenaren. En dan komt het beruchte mailtje.

“Nina we snappen er niets van! Eerst ging het zó goed en nu ineens is hij voor van alles bang, valt hij uit tijdens het wandelen, gromt naar de kinderen, blaft in huis of in de tuin de hele buurt bij elkaar…”

Dat is niet heel gek. Een verhuizing is voor een hond zo stressvol. Die stress-emmer zit bomvol. Een hond heeft tijd nodig om die stress te kunnen verwerken en rustig de kat uit de boom te mogen kijken. En over die stress verwerken; dat alleen al kan weken tot maanden duren. Óók als jij op het eerste gezicht niet heel duidelijk ziet dat je hond zoveel spanning in zijn lijf heeft.

Dus wat gebeurt er?

De hond wordt overal mee naartoe genomen en lijkt het aan de buitenkant allemaal leuk en prima te vinden. In het lijf gebeurt er echter iets veel minder leuks. De hond is aan het opkroppen. De spanning wordt vastgezet in het lichaam en er wordt helemaal niets verwerkt. Sterker nog; er komt alleen maar spanning bij door alle indrukken. En heb je zo’n binnenvettertje? Dan zie jij daar aan de buitenkant weinig van.

Totdat de druppel komt die de emmer doet exploderen. Ja, niet overlopen maar gewoon exploderen. En “ineens” ontstaan er problemen.

Heb jij een herplaatser of ben je op zoek naar een herplaatser? Neem dan alsjeblieft deze informatie mee en hou het in je achterhoofd. Rustig aan… eerst een gevoel van veiligheid en vertrouwen opbouwen binnen het gezin. En zodra dat stuk goed zit, kunnen jullie samen verder bouwen. Op een ijzersterke fundering, stapje voor stapje, alles op het tempo van de hond. Geef hem de tijd die hij nodig heeft.

Je zal zien; alles wat je in het begin investeert qua tijd en geduld, daar ga je later absoluut de vruchten van plukken.

En je hond ook.

Bron: Nina van Tilbeurgh- https://www.ninavantilbeurgh.nl/

Hond valt uit zonder waarschuwing: bestaat dat echt?

Het kan zijn dat jouw hond aanvalt zonder waarschuwing. We zeggen er vaak bij dat ‘ie dat eerder nooit deed’ of dat de hond echt geen waarschuwing geeft. Maar is dat echt zo? Of zag jij de waarschuwing niet?

WAAROM VALT JE HOND INEENS UIT?

Een hond is niet “ineens” agressief. Een hond valt niet vaak “ineens” uit. Toch lijkt dat voor ons wel vaak het geval. Een hond die uitvalgedrag vertoont heeft vaak al te maken met negatieve emoties die een tijdje aan het sudderen zijn. Daarom is het heel belangrijk dat je begrijpt waar hondengedrag vandaan komt en dat je de lichaamstaal van je hond goed kan lezen. Het kan zijn dat het je opvalt in het moment zelf. Dus je loopt ergens en “ineens” doet je hond iets. Het kan ook zijn dat je hond de eerste periode, met jou, dit gedrag niet liet zien en nu “ineens” uitvalt.

OORZAKEN UITVAL GEDRAG HOND

  • Je hond komt bij een broodfokker vandaan en loopt op alle fronten achter.
  • Er is sprake van (plotselinge) pijn (lichamelijk ongemak speelt een belangrijke rol bij gedragsproblemen).
  • Onzekerheid.
  • Frustratie.
  • Angst.
  • Je hond komt bij een slechte fokker vandaan (ergens in een schuur achter op het erf opgegroeid).
  • Je hond heeft negatieve leerervaringen opgedaan.
  • Je hond is tijdens de socialisatie blootgesteld aan willekeurige en random prikkels (zonder zijn signalen te herkennen). Dit werkt averechts en vaak niet bevorderlijk.
  • Een negatieve emotie: je hond vindt het spannend.
  • Het stressemmertje van je hond zit tjokvol!
  • Aangeleerde hyperactiviteit.
  • Triggerstacking.
  • De signalen van de hond worden niet herkend (dus stapt hij over op grovere signalen die we vaak wel herkennen).
  • Je hond heeft veel stress in zijn systeem.

WAT BETEKENT UITVALGEDRAG?

Bij uitvalgedrag denken we heel snel aan die ene hond die half of totaal overstuur in de lijn hangt. Met veel bombarie en poespas. Het kost veel moeite om de hond onder controle te krijgen. Het moge duidelijk zijn dat dit zeker een vorm van uitvallen is.

Toch denk ik dat uitvallen ook in vele mindere maten zichtbaar kan zijn. En dat je hond alsnog een soort van uitvalt. Daarnaast vind ik uitvallen ook een vorm van reactiviteit. Bijvoorbeeld omdat je hond ongedurig is in huis. Je hond reageert op iedere scheet die er gelaten wordt zoals geluiden, voorbijgangers en andere prikkels.

Uitval gedrag kan er zijn als in:

  • Blaffen.
  • Grommen.
  • Happen.
  • Bijten.
  • In de riem hangen.
  • In de riem bijten.
  • Ergens op afstormen.
  • Heel veel bombarie maken.
  • In jouw arm bijten.
  • Bevriezen.
  • Vlucht reactie.
  • Vecht reactie.

IN WELKE SITUATIES KAN JE HOND UITVALGEDRAG LATEN ZIEN?

  • Bij het zien van andere honden.
  • Naar de baby.
  • Naar een puppy.
  • Richting katten.
  • Bij het zien van mountainbikers.
  • Bij het zien van een bakfiets.
  • Wanneer vreemden hem willen aaien.
  • In de tuin.
  • Kinderen die aan het rennen, steppen, schreeuwen zijn.

HET UITVALGEDRAG VAN JE HOND IS VAAK NIET PLOTSELING!

Het uitvalgedrag van je hond kan aanvoelen als “plotseling”. In de meeste gevallen is het gedrag niet zo plotseling als lijkt. Er zijn wel honden die heel snel kunnen overschakelen tussen alle signalen. Voor je het weet zitten ze in een hogere zone. Dat kan zelfs wel per (ras)hond verschillend zijn.

In de meeste gevallen zie je wel signalen die een hond aangeeft voordat hij gaat uitvallen. Voordat hij iets doet wat meer bombarie, herrie en gedoe verzorgt. Die signalen zijn vaak het moment dat je hond ook nog voor rede vatbaar is.

Een hond die hoog zit, is heel vaak niet goed meer te bereiken. Dat is geen ongehoorzaamheid en heeft niks te maken met dat je hond niet luistert. Luisteren is dan gewoon erg lastig.

ESCALATIELADDER VOOR HONDEN

De opbouw in conflict bij honden wordt weergegeven met de ESCALATIELADDER (https://aniekwendt.nl/kennisbank/begrippenlijst/escalatieladder-honden/) voor honden. Dat betekent dat je hond wel degelijk laat zien dat hij opbouwt alvorens hij gaat aanvallen. In de onderstaande afbeelding vind je hier een voorbeeld van.

Een opbouw in conflict kan je zien in twee situaties:

  • Op het moment zelf
  • Door de tijd heen

Op het moment zelf betekent:

Je hond ziet prikkel X op afstand. Hij laat al verschillende signalen zien nog voordat hij gaat uitvallen. Op het moment dat de confrontatie heftiger wordt (bijvoorbeeld omdat de afstand kleiner wordt, of de prikkel heftig is voor jouw hond) gaat hij ook opbouwen in zijn signalen.

Hij is over zijn tolerantielevel heen. Hij kan het niet meer opbrengen om nog rustig te reageren.

Daar kan ‘ie niks aan doen. Dat is wat het COPINGMECHANISME (https://aniekwendt.nl/begrippenlijst/wat-is-copingmechanisme/) vechten of vluchten in hem aanwakkeren. Hij wordt aangezet tot actie!

Door de tijd heen

Een ander voorbeeld is dat de hond in het verleden te vaak in situaties is geweest waar hij die subtiele signalen communiceerde. De hond vond wel degelijk wat van de situatie. Alleen de signalen zijn nooit opgevallen. Daardoor zit de hond nu best wel hoog. Hij geeft aan dat het hem echt te heftig is. Ongeacht dat je weet wat de letterlijke onderliggende oorzaak is. Dat is en blijft maatwerk.

HOE ZIE JE DAT EEN HOND GAAT AANVALLEN?

In de meeste gevallen kan je dit zien dankzij de subtiele signalen. Er zijn dus allerlei verschillende signalen. Je kan niet standaard zeggen dat een hond signalen X en Y laat zien voordat hij gaat aanvallen. Hoe een hond zijn signalen inzet hangt deels af van het individu en hoe zijn leerervaringen zijn geweest.

De subtiele signalen zijn signalen waarin de hond nog in een lage/neutrale gemoedstoestand zit. De hond laat subtiele signalen zien en kan op basis daarvan aangeven hoe hij zich voelt met behulp van stresssignalen en zijn lichaamstaal.

Hier heb je meer te maken met het level waar je hond zich nu in bevindt. Het gevolg van die signalen onbewust genegeerd hebben in het verleden maakt dat de hond direct op een bepaalde hogere trede gaat staan. Hij schiet direct in een rode/oranje zone. Dat is nu zijn associatie met prikkel X.

Signalen die je hond kan laten zien zijn:

  • Langzamer lopen.
  • Kop laag houden.
  • Staart naar beneden/ tegen zijn billen aangeplakt.
  • In het begin stadium de oren wat naar achteren.
  • Fronsen.
  • Oversprong snuffelen (op de grond snuffelen, weer naar de prikkel kijken, snuffelen op de grond en de prikkel in de gaten houden).
  • Kop wegdraaien.
  • Hijgen.
  • Wegkijken.
  • Tongelen.
  • Smakken.
  • Knipperen.
  • Gespannen lichaamshouding.
  • Gewicht naar voren verplaatst.
  • Fixeren.
  • Happen.
  • Mondhoeken strak.
  • Oren gespitst naar voren.

WAT MOET JE DOEN ALS JE HOND UITVALT?

Wat je moet doen hangt heel erg af van de onderliggende oorzaak. Is het daadwerkelijk de negatieve emotie richting die ene prikkel waardoor je hond zo ‘aan’ gaat? Of speelt er wat anders? Het kan ook zijn dat er verschillende dingen tegelijkertijd een rol spelen.

Niet zelden zie ik dat verveling een belangrijke rol speelt. Of juist een gebrek aan duidelijkheid. De hond wordt er onzeker van. Hij heeft geen idee wat de bedoeling is. Daarom is mentale uitdaging voor je hond een heel belangrijk onderdeel. Niet alleen in hersenwerkjes, ook op andere manieren bijvoorbeeld. Je kan dan denken aan een hondensport zoals detectiewerk, reddingswerk of speuren. Maar ik zie ook vaak dat honden een gebrek hebben aan hondse activiteiten zoals snuffelen, graven, kauwen, likken, rollen en noem het maar op.

Voor mij is dit de reden dat je altijd begint bij het fundament te verstevigen. Om vervolgens te gaan bouwen, op dat stevige fundament. Een onderdeel van het verstevigen van je fundament is dan bijvoorbeeld ook voeding aanpassen, pijn uitsluiten en zorgen voor de juiste supplementen/medicatie om je hond goed in zijn vel te laten zitten.

Bij lichamelijke klachten die stress veroorzaken is altijd de vraag wat was er eerst: het kip of het ei? Zijn er klachten vanwege de stress? Of stress vanwege de klachten?

SYMTOOMBESTRIJDING

Ik geloof dat het belangrijk is dat je vooral wat doet aan de onderliggende oorzaak van het probleem. Stel jouw hond ervaart een negatieve emotie bij het zien van andere honden. Bijvoorbeeld angst. Dan kan je allerlei trucjes toepassen, maar dan gaan we voorbij aan wat er daadwerkelijk speelt.

Daarnaast zal je ook zien dat je met behulp van die trucjes niet zo heel veel verder komt. Je kan de emotie bijvoorbeeld veranderen met behulp van COUNTERCONDITIONERING (https://aniekwendt.nl/hondentraining/counterconditionering-hond/) en DESENITISATIE (https://aniekwendt.nl/hondentraining/desensitisatie-hond/)

We richten ons vaak op symptoombestrijding. Denk ook aan bepaalde hulpmiddelen zoals:

  • Antiblafband.
  • Gentle leader.
  • Sliplijntje hoog in de nek.
  • Anti trektuigjes etc.
  • Druppels of supplementen (in de hoop dat we er dan wel van af zijn).

Dit zijn hooguit hulpmiddelen. En bij bepaalde hulpmiddelen is het gewoon extra jammer om ze zomaar in te zetten omdat ze een corrigerend effect hebben. Je hond voelt zich al niet op zijn gemak, gaan wij het ook nog corrigeren. Dat is lichtelijke tegenstrijdig en niet fijn voor de hond.

WAT DOE JE TERPLEKKE ALS JE HOND UITVALT?

In de meeste gevallen is het roeien met de riemen die je hebt. Althans, als je nog niet echt iets hebt gedaan aan de situatie. Je wilt namelijk gaan opbouwen.

Dit zijn vaak de moment dat je inderdaad moeten schreeuwen, stem verheffen of corrigeren om te kunnen doordringen, als dat al werkt. Maar dat kan natuurlijk ook anders.

Wees je er van bewust dat dit echte maatwerk vragen zijn.JE HOND IS GEEN ROBOT. En daarom vind ik dat je niet kan zeggen dat je standaard X of Y moet doen, dan gaan we voorbij aan wat er echt speelt.

Enkele tips zijn:

  1. Je let op de signalen van je hond. Je vergroot je kennis over de lichaamstaal van de hond en speelt op tijd in op zijn hulpvraag.
  2. Je vergroot waar mogelijk is de afstand.
  3. Op basis van counterconditionering en desensitisatie koppel je wat leuks aan de prikkel zodat de associatie ombuigt (dit heeft tijd nodig!)
  4. Je werkt met iets wat echt heel belonend is voor je hond. In de meeste gevallen is dat iets super lekkers. Kan ook een speeltje zijn die je niet dagelijks gebruikt.
  5. Je gaat bewuste momenten trainen en niet alleen tijdens je wandeling.
  6. Je werkt aan het fundament, verlaagt de stress in het stressemmertje en verhoogt de kwaliteit van je hond zodat hij meer kan incasseren.

Voorkomen is beter dan genezen en dat geldt in deze situaties ook. Je kan niet alles voorkomen. Dat is niet realistisch. Een antwoord willen vinden terwijl je hond op het moment suprême bepaald gedrag laat zien is niet realistisch. Dan zal je eerst alle andere lagen moeten afpellen.

MIJN HOND WIL GEEN BELONING ALS IE UITVALT!

Als jouw hond in zone oranje of rood zit qua gemoedstoestand dan is er een hele grote kans dat hij geen beloningen meer KAN aannemen. Dat heeft niks te maken met dat hij het niet zou willen of dat het niet werkt. Het heeft wel te maken met dat je hond in die zone al alle grenzen voorbij is. Hij kan niet meer luisteren en zijn aandacht vestigen op iets anders.

Er valt vaak nog veel winst te behalen als je hond zijn beloningen niet aanneemt. Er zijn meer opties dan je denkt!

HOE CORIGEER JE EEN UITVALLENDE HOND?

Je wilt graag van het gedrag af. Het lijkt totaal ongewenst gedrag. Hoewel het natuurlijk ongewenst kan zijn voor jou. Betekent het niet dat dit uitvalgedrag zo buiten gewoon is. Daarmee bedoel ik te zeggen: je hond is niet onopgevoed, de baas aan het spelen of de boel aan het terroriseren. Je hond vindt kennelijk wat van de situatie en heeft er om die reden moeite mee. Er gebeurt op dat moment op emotioneel, mentaal en fysiek niveau heel veel. Het is daarom zonde om te schreeuwen of je stem te verheffen of je hond te straffen.

Het heeft niks te maken met dat jouw hond je niet als leider ziet. Er zijn heel wat MISVERSTANDEN OVER LEIDERSCHAP https://aniekwendt.nl/leiderschap/misverstanden-leiderschap-hond/ in hondenland. We moeten niet vergeten dat de hond ook nog een eigen, interne beleving heeft.

Bron: Aniek wendt – https://aniekwendt.nl/

Dit artikel is puur informatief, wij adviseren zeer zeker een gedegen begeleiding van een hondengedragstherapeut te raadplegen, indien u samen met uw dier veel uitval gedrag ervaart en dit gedrag wil ombuigen.

Hondse kreten!

  • Wij als mens onze honden letterlijk en figuurlijk te vroeg loslaten. Een hond van vijf maanden kan niet wat een hond van twee jaar kan als het gaat om begrijpen, doen en communiceren. De eerste 5/6 maanden van een pup of herplaatser zouden vooral in het teken moeten staan van binding en vertrouwen met elkaar opbouwen. Vanuit die basis, accepteer je veel meer van elkaar.
  • Als je de hond te vroeg los gooit van de lijn, realiseer je dan dat je daarmee letterlijk en figuurlijk een lijn verbreekt. In het kader van een band opbouwen, de relatievorming wil je dicht bij elkaar blijven. Wanneer je de hond bij je moet roepen heb je hem onbewust ook geleerd bij je vandaan te gaan.
  • Is er een sociale binding dan, kan je gaan denken aan het trainen en werken met je hond. Het is een vertrouwenskwestie. Vertrouwen, vertrouwen en nog eens vertrouwen.
  • Waarom starten we in een heel voeg stadium al op de training met zit/af- blijf? Je bent net gestart om samen een vertrouwensband op te bouwen, de hond wil dan graag dicht bij je blijven. Een pup of nieuwe hond loopt immers niet voor niks links achter je met je mee. Hij volgt als ware zijn moeder.
  • Pups zijn toch al aan allerlei prikkels gewend vanuit het nest. En toch is hij nu ineens ergens bang voor. Prikkels registeren is iets heel anders dan verwerken. Zou het niet zo kunnen dat zijn de hersen ontwikkeling zich nu op een heel ander nieuw niveau heeft ontwikkelt en de prikkels dus heel anders worden ervaren door de hond.
  • Met name voor pups geldt een dolle vijf minuten dienen te worden opgevolgd met 2/3 dagen rust! Onderschat u alstublieft niet hoe belangrijk rust is!
  • Het empathische vermogen van honden jonger dan drie jaar nog niet zo heel goed is ontwikkeld. De hond heeft dus nog niet het vermogen om goed te relativeren en kan daardoor in zeven sloten tegelijk lopen, een beetje vergelijkbaar met een kind van vier jaar die je op een fietsje zonder zijwieltjes over de snelweg laat fietsen. Je moet dus echt voorkomen dat je hond zich ergens in stort waardoor hij in gevaar kan komen.
  • Het duurt jaren eer een hond motivatie om kan zetten in dienstbaarheid!
  • Een hond heeft dezelfde onvoorwaardelijkheid naar zijn eigenaar als een kind heeft naar zijn ouders: hij is afhankelijk van ons en dat blijft ook, in tegenstelling tot kinderen.
  • De mens is van de firma ‘kijk en luister’ je hond is van het bedrijf ‘ruik en voel’. Honden leren vooral door geur en tast, aanrakingen en je hond kunnen aanraken is dus heel belangrijk voor een goede onderlinge vertrouwensband. Dat u uw hond volgens u zelf overal kunt aanraking is een veel gehoord gezegde, maar ervaart uw hond deze aanrakingen ook als prettig en vertrouwd of laat hij het toe uit…… Zeg nou zelf, of je geliefde je aanraakt of de buurman die je net 2 dagen kent. Wederzijds respect en vertrouwen in een relatie opbouwen kost tijd, ook met uw dier!
  • De hersenen (cortex) van een hond maken net als bij de mens fases van ontwikkeling door. Vraag u eens af of wat u nu aan van uw dier vraagt/verlangt of u dat eigenlijk wel kunt vragen. Is hij/zij in staat om het al te begrijpen, mentaal, fysiek en emotioneel?
  • Benoem het gedrag van je hond en laat daarbij horen wat je wel en niet fijn vind. Er bestaat meer communicatie als Ja, Nee en Foei. Samenwerken is samen communiceren. Je mag je hond ook gewoon bedanken door het werkelijk tegen hem uit te spreken. Een gemeend compliment wordt door iedereen gewaardeerd. Je geeft je kind ook niet bij alles wat hij goed doet een snoepje.
  • Dat je als hond automatisch zou moeten luisteren naar “foei”, “nee”, en “mag niet” van je baas is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Als baas hoor je het correctierecht ook te verdienen. De hond moet jouw “mag niet” van je accepteren voordat hij het uitvoert en dat vraagt om vertrouwen. Als je jouw hond terecht wijst / corrigeert omdat hij bijvoorbeeld uitvalt, moet je hond wel zekerheid hebben dat jij het dan ook verder voor hem op knapt.
  • Wanneer u hond ouder wordt en zijn leeftijd in de volksmond senior wordt genoemd, dan komt er een tijd uw dier u weer harder nodig heeft in begeleiding. De zintuigen van zicht, gehoor en reuk nemen af, het moment de hond extra op het samenwerken met zijn baas wil kunnen vertrouwen.
  • Honden zijn geen opportunisten. Ze gaan voor relatievorming, niet voor het er zelf beter van te worden. En: vergeet dat je ranghoger/ dominant moet zijn. De begrippen ranghoger en ranglager zijn inwisselbaar. Het heeft te maken met je persoonlijke capaciteiten, met dat je op een bepaalde momenten leiding kunt geven of op andere momenten jezelf juist dienstbaar kunt maken naar anderen. Het gaat om takverdeling, samenwerken! Soms maakt de een zich ondergeschikt aan de behoefte van een ander, soms is dat andersom. Het is een doorlopende wisseling van taken, zo krijg je een perfecte samenwerking.
  • Er worden nog steeds veel vergelijkingen gemaakt tussen wolven en honden. Waarom laten we onze honden dan niet net als wolven, drie jaar puppen? Het kost bijna drie jaar eer een hond geestelijk en lichamelijk “klaar” is.

Bron: Arjan van Alphen.

Begrenzen volgens de regels van de natuur

Als hondenliefhebbers hebben we nogal wat verwachtingen en ideeën over de behoeften van onze honden en alles wat wij vinden dat goed voor hen is. Wij vinden dat het noodzakelijk is voor het welzijn van onze hond, dat hij los kan lopen en vrij rond kan rennen. Hij heeft interactie nodig met andere honden, moet kunnen spelen met andere honden en veel actie om zijn energie kwijt te kunnen. De vele recente onderzoeken leren ons steeds meer over de behoeften en emoties van onze hondenvrienden. Ook dat honden dankzij hun eeuwenlange domesticatie een veel intensievere relatie opbouwen met mensen dan met hun soortgenoten en dat hondenhersenen, net als kinderhersenen, tijd nodig hebben om te ontwikkelen voor zij tot bepaalde dingen in staat zullen zijn.

INTENSIEVERE RELATIE. Dat honden door de domesticatie een veel intensievere relatie opbouwen met mensen dan met hun soortgenoten, heeft heel wat implicaties op de behoeften van onze honden en op wat honden van mensen verwachten. Voldoen we wel aan die behoeften van onze hond, of doen we hen goed bedoeld juist tekort?

OVERVRAGEN WIJ ZE NIET TE VEEL? Veel van onze ideeën over wat goed en fijn is voor onze hond berust op onze eigen menselijke verwachtingspatronen en op het ideaalbeeld dat wij van honden hebben. Onze ideale hond luistert goed, trekt niet aan de lijn, kan zonder problemen loslopen, is sociaal dus kan prima spelen met andere honden, komt direct als hij geroepen wordt, kan overal mee naar toe, is zindelijk, sloopt niets en doet het geweldig bij het speuren, agility en de GG trainingen.

WERKELIJKE BEHOEFTE. Alles wat wij wel of juist niet van onze hond willen, kunnen we hem leren via training en het disciplineren van zijn gedrag. Maar voldoen we daarmee aan de werkelijke behoefte van onze hedendaagse hond, die zo gericht is op het aangaan van een relatie met de mens, vooral met zijn baas? Het trainen en disciplineren van honden blijft vaak beperkt tot ‘belonen of een beloning onthouden (corrigeren)’. De beloningen en de correcties zijn kortstondig, waarbij meestal hulpmiddelen worden gebruikt, zoals iets lekkers of een speciale riem of (hoofd)tuigje.

Feitelijk staat trainen in groot contrast met opvoeden. Het onderscheid maken tussen trainen en opvoeden is een menselijke uitvinding, een onderscheid dat honden – aanvankelijk – niet maken.

EMOTIONELE RELATIE. Opvoeden wil zeggen; een sociale én een emotionele relatie opbouwen, waarbij zowel baas als hond zich prettig voelen en er alles aan doen om dat prettige gevoel te behouden en de relatie in stand te houden. Dit is geen kortstondige, maar juist een langdurende, voortdurende en levenslange beloning. Als je je op een bepaald moment niet prettig voelt in de relatie zul je er alles aan doen, om de relatie te herstellen zodat je je weer prettig voelt. Hierdoor is er voortdurend interactie en communicatie! Wanneer je geen enkele sociale band hebt met een ander, zal die ander niet zo snel veel emoties bij je opwekken. Dat ook honden emoties hebben zal geen hondenliefhebber tegenwoordig meer ontkennen. Om zich emotioneel prettig en veilig te kunnen voelen binnen een relatie heeft iedere hond, net als mensen, behoefte aan duidelijkheid en structuur. Hiervoor heeft onze hond een opvoeder nodig die hem begrijpt en goed verstaat, die geen dingen van hem verlangt waar hij zich mentaal en emotioneel onprettig bij voelt, zowel in de training als in de opvoeding. Opvoeden, structuur geven en grenzen stellen geven elke opvoeder daarmee grote verantwoordelijkheden.

OVERVRAGEN we onze honden niet vaak in wat voor hen sociaal, emotioneel en qua neurologische ontwikkeling op dat moment haalbaar is? Onbewust en goed bedoeld gebeurt dit regelmatig. Zo gaan wij ervan uit, dat een al ‘getrainde en gekende’ oefening door de hond uitgevoerd kan worden, ‘gewoon’ als alleen technische oefening en zonder ons af te vragen of de hond mentaal en emotioneel al aan die oefening toe is, binnen de zich nog volop ontwikkelende sociale relatie met baas. Natuurlijk kunnen we een hond via training al op vroege leeftijd leren ‘blijven’, voor zolang wij dat willen en op de plaats die wij willen. Maar om die oefening uit te kunnen voeren met een goed gevoel is wederzijds vertrouwen een erg belangrijke basis. Deze basis is niet te leren door simpel en alleen de oefening te trainen, waarbij het – in onze mensenoptiek – wel of niet goed uitvoeren van de oefening voor de hond een kortstondige beloning of correctie tot gevolg heeft. Training technisch kan de hond de oefening prima uitvoeren. Terwijl we, als we de lichaamstaal van de hond goed observeren, regelmatig kunnen zien hoeveel inspanning het de hond kost om de oefening uit te voeren – spanning om niet op te staan, naar de baas te gaan, op te staan, gaan verliggen, op prikkels in de omgeving te reageren, verstrakkende spieren in zijn lijf en poten, ‘in de startblokken’ liggen, van zijn plaats af kruipen en noem maar op. De manier waarop de hond de oefening uitvoert, laat zien dat hij zich hier niet prettig bij voelt. Mogelijk is hij in sociaal, emotioneel of neurologisch opzicht eigenlijk nog helemaal niet toe aan deze oefening, waarbij de relatie met zijn baas voor hem op dat ogenblik verbroken is. Onderzoek toont aan dat het vermogen om dit wel te kunnen nauw samenhangt met de ontwikkeling van de hersenen, net als bij mensen. Door hem te overvragen doen we onze hond in emotioneel en sociaal opzicht te kort, wat niet bevorderlijk is voor een fijne sociale relatie tussen baas en hond. Er is wel degelijk verschil tussen trainen en opvoeden…

GEEN WOLF! Er is en wordt veel onderzoek gedaan naar de verschillen en overeenkomsten tussen hond en wolf. Iedereen weet intussen, dat er door de domesticatie zelfs sociaal genetische verschillen zijn tussen wolven en honden. Evengoed blijven velen een deel van de hondenopvoeding richten op wat zij vinden dat basisbehoeften zijn van onze honden, want ‘hij stamt af van zijn wilde voorvader de wolf’. Waarom laten we onze honden dan niet net als wolven, drie jaar puppen? Het kost bijna drie jaar eer een hond geestelijk en lichamelijk “klaar” is.

MAAKT HET IETS STUK? Voegt het loslopen, spelen of een oefening doorzetten iets toe aan de relatie tussen baas en hond? Wordt het wederzijds vertrouwen in elkaar hierdoor bevordert of maakt het iets stuk in die relatievorming, omdat de hond totaal op zichzelf wordt terug geworpen, het zelf uit moet zoeken of met heel veel spanning een trainingsoefening naar onze normen correct uitvoert? Wanneer is een kwispelende rennende hond echt een vrolijke vrije hond en is het rennen en kwispelen geen stress verwerkende lichaamstaal?

NIET ZICHTBARE CORRECTIES. Honden zijn steeds bezig structuur te geven en grenzen te stellen aan elkaar, wat ze in het nest al leerden. Alleen zo komen zij te weten waar zij met elkaar aan toe zijn en of zij veilig met elkaar kunnen rennen en spelen. Daarbij wordt wel degelijk gecorrigeerd. Deze correcties zijn meestal voor mensen niet zichtbaar, omdat dit bijna niet gebeurt door agressief gedrag zoals gegrom, uitvallen en vechten. Honden doen dit voornamelijk via geur, tast en lichaamstaal in spel, zoals elkaar omduwen, poten op elkaar leggen en blokkeren.

NIET DOOR GEWELD. Onze neuzen schieten danig tekort, zodat voor ons het lichaam van onze hond de enige manier is om erachter komen hoe hij zich voelt. Als een hond veel cortisonen en adrenaline aanmaakt, kun je dit voelen aan de spanning in zijn lichaam. Zijn lichaam laat ons weten of de hond zich echt prettig voelt of niet. Een strak of juist los in zijn vel hondenlijf is de weerspiegeling zijn mentale staat en zijn emoties. Om de hond altijd en overal te kunnen aanraken en de spanning in zijn lichaam te meten, zal er eerst voldoende vertrouwen moeten groeien tussen baas en hond. Dat is niet zozeer belangrijk vanuit rangordesystemen, maar omdat het voor ons de enige manier is om erachter te komen hoe de hond zich werkelijk voelt. De fysieke en emotionele acceptatie van die aanrakingen zijn het resultaat van de sociale relatievorming tussen de baas en zijn hond. Dit zal nooit met geweld afgedwongen kunnen worden.

OPBOUW. Het leren van grenzen en het duidelijkheid krijgen begint al meteen bij de geboorte. Moeder start haar fysieke contact en de lichamelijke verzorging van haar pups onmiddellijk; om schoon te maken, voor hun gezondheid, warmte en veiligheid. Voor die verzorging legt zij elke pup in de lichaamshouding die zij wil. Elke pup gaat genieten van haar lichamelijke handelingen, het contact en haar duidelijkheid. Hierdoor voelen zij zich prettig, geborgen, veilig, krijgen warmte en voedsel. De geur van de pup vertelt haar precies welke houding en lichamelijke handelingen een pup wel of niet echt accepteert of prettig vindt. Pas als die geurinformatie haar tevreden stelt en het verantwoord en zinvol is, zal zij haar volgende les aan de pup geven.

DEZELFDE OPBOUW. Via diezelfde zorgvuldige opbouw van de moederhond kunnen wij ook sociale relatie opbouwen met onze hond. Wij kunnen niet ruiken als ma, dus moeten we zien en voelen om te welke houdingen en lichamelijke handelingen de hond wel of niet echt accepteert of prettig vindt en wanneer het verantwoord en zinvol is om door te gaan met een volgende stap of oefening.

Direct (geur) contact en fysiek contact zijn daarbij essentieel, omdat dit in de sociale hondentaal betekenis heeft. Aaien betekent direct geurcontact. Spelen met een speeltje geeft geen grenzen aan, maar met een lijf aan lijf spel, zoals ‘het bekkenspel’ met de handen van de baas, kan dat wel.

Door de domesticatie is onze hedendaagse hond niet meer hondgericht maar mensgericht geworden. Dit heeft ook zijn basisbehoeften veranderd, die nu vooral gericht zijn op mensen. De hedendaagse hondenbaas die graag wil dat zijn hond – letterlijk – lekker in zijn vel zit en wil voldoen aan de behoeften van zijn hond, zal zich steeds bewust moeten zijn of hij zijn hond niet overvraagt met zijn eigen menselijke wensen. Kan je hond die ‘vrijheid’ of een oefening wel aan? Pas als we dat gecontroleerd hebben en weten, zullen we hem echt een lol doen met loslopen en spelen met andere honden, samen met zijn baas…

 Bron: Hondenmanieren Tekst: Arjen van Alphen en Francien Koeman.